• Stroopwafels
    1. Juli 2010

      Honger. Onstilbare lekkere trek.

      Ik heb een keer samengewerkt met een jongen - 1.95 meter, 160 kilo - die elke dag van huis een pannetje soep meekreeg. Achterin zijn bus lag een butagasje waarop hij zijn pannetje verwarmde. Ik heb het thuis nog gevraagd, of mijn vrouw niet ook zoiets voor mij kon doen. Haar kort en krachtige commentaar was echter: "Nee". Op hoge toon voegde ze daaraan toe dat ze zeker wist dat ik de pan zou vergeten en dat die dan al schimmelend en rottend weken in mijn bus zou blijven liggen, waarna zij een bemoste pan op het aanrecht zou aantreffen, haar moeder zou bellen, een scheiding zou aanvragen, en daar had ze geen zin in.

      En nu heb ik dus honger. Die kerel zit met zijn soep weet ik veel waar en ik sta hier. Alleen. Verstoken van klant, collega en soep. Ik loop naar beneden en beland in een witte designkeuken.

      Maar ja, wit design of boeren bont, alle huizen zijn in principe hetzelfde. Stoffer en blik liggen altijd in het gootsteenkastje, de stofzuiger staat eeuwig in de kast onder de trap. De koek- en chipskast is de grote, onderste la.

      Snel pak ik twee stroopwafels uit een open verpakking. Nog even zorgen dat er geen vieze vingers op de greeploze deurtjes achterblijven en mijn kraak is succesvol gezet. Stom dat ik hierbij altijd het gevoel blijf houden dat ik een koekje 'steel'. Het is toch eigenlijk schandalig dat ik genoodzaakt ben om deze strooptocht naar koekjes te ondernemen, of in het ergste geval - bij mensen bij wie echt niets in huis is - een flinke hand hagelslag. Als mijn klant een pak koekjes voor me neer had gezet, zoals het hoort, was er niets aan de hand geweest.

      Laat staan als mijn vrouw gewoon soep maakte, elke dag...

  • Het Grote Onoverkoombare Probleem
    1. April 2010

      De klant heeft een Probleem. Een Groot Probleem. Een Groot Onoverkoombaar Probleem. De klant heeft een buts ontdekt. Aan de onderkant van de deur. Nee, hij kan het niet aanwijzen, want de buts zit dus aan de onderkant van de deur. Ja, inderdaad, dat zie je inderdaad niet wanneer de deur in het kozijn hangt. Maar hij zit er wel. En dat vindt hij irritant. Het idee dat hij weet dat er een buts in de onderkant van de deur zit. Dus, zolang die buts in de onderkant van de deur zit, hoeft de klant niet te betalen. Vindt hij zelf.

      Honderden van dit soort voorvallen heb ik meegemaakt. Mensen die tussen vijf en acht over drie 's middags een gelige waas op hun muur waarnemen als ze met hun hoofd op de vloer gaan liggen. Maar dan alleen als het regent. Of mensen die een irritante piep horen als ze over de vloer lopen. Maar dan alleen als ze hun zwarte laarzen aanhebben en hinkelen. En soms is het geluid er dan wel en soms ook niet.

      Het zijn van de klachten waar je niets mee kunt. Van die klachten die je nooit kunt oplossen. Want het probleem van dit soort klanten is niet zozeer de buts, de waas of de vage piep, nee het probleem is de lege spaarrekening, of het eenzame gevoel dat de klant heeft zodra ik weer naar huis vertrek. Kortom: het Grote, Onoverkoombare Probleem is niet voor mij op te lossen. Hoe hard ik ook mijn best doe.

      Herstellen helpt niet, er over praten ook niet. Niets helpt. Helemaal niets. Want de klant heeft in zijn hoofd dat het niet goed is en ik mag helaas niet zijn hoofd verbouwen. Hoe graag ik dat bij sommige van dit soort klanten ook zou willen.

      Wat wel helpt? Uhm, vermindering van de factuur. Heel boos worden. Een puppy kopen voor de klant. Maar tja, hoe zet ik dat dan op de factuur?

  • Mevrouwtje Schoonmaakangst
    1. Februari 2010

      Een stopcontact in een smerig huis is de werkelijkheid geworden nachtmerrie van elke schilder. Een klein, venijnig stukje plastic dat roept: 'ik ben niet smerig, het ligt aan hem. Hij kan niet schilderen. Ja, hij daar, met die roller in zijn hand.'

      De wanden en het plafond moeten allemaal 9010 worden. Crème. Ik ga fluitend aan de slag. Afdekzeiltje op de grond, alle stopcontacten eraf en sauzen maar.

      Maar dan het gaat fout. Op een of andere mysterieuze manier (zijn het mijn vingers? was het al te uitbundig soppen? of het bijwerken van het plafond?) belandt er tòch een spetter 9010 op het stopcontact. Nu zou dat niet erg moeten zijn. Stopcontacten zijn wit, mijn verf is crème, een beetje uitsmeren en geen hond die dat ziet. Maar zo makkelijk gaat dat dus niet bij witte stopcontacten in een smerig huis. Want witte stopcontacten in een smerig huis zijn meestal bruin-gelig van kleur en het 9010 spat er dus van af.

      Met de punt van mijn shirt haal ik de druppel weg. Op mijn shirt blijft een bruine laag nicotine, stof en algehele gorigheid van jaren achter. Maar het stopcontact! Daar zit nu een grote witte veeg op. Iedere malloot zal denken dat ik er overheen heb gerold en dat op de plek van de veeg de ware kleur van het stopcontact is te zien. Oplossing: ik smeer de verf uit totdat het stopcontact egaal is bedekt en dus schoon lijkt.

      "Klaar?" vraagt mevrouwtje Schoonmaakangst even later. "Helemaal," antwoord ik stellig. Het lijkt alsof ik vijf van de zes stopcontacten een verfbad heb gegeven, maar ze kan me wat. Ik pak mijn spullen bij elkaar en loop de straat op naar mijn bus.

      "Schilder, kun je nog even komen?" Mevrouwtje Schoonmaakangst in het raam.

      Terug in de kamer zit ze op haar knieën voor het weer witte stopcontact. "Kun je alleen dit nog even herstellen?" vraagt ze. Ze wijst op een bruin-gelig randje aan de zijkant van de doos. "Volgens mij heb je hier niet goed gesneden."