• Edo, Hajo & Mona
    1. Zaterdag 28 augustus 2010

      Almere City Marketing, de Vereniging Bedrijfskring Almere, Ontwikkelingsmaatschappij Flevoland en de Economic Development Board zijn samen naar een nieuw pand verhuisd. Donderdag was de officiele opening, uiteraard met 'gelegenheid tot netwerken'. Terwijl ik me tussen de zakelijke lijven door perste om een blik te kunnen werpen op de nog maagdelijk opgeruimde kamers, had ik een deja-vu. De omgeving klopte dan wel niet, verder was de bijeenkomst precies hetzelfde als alle andere Almeerse netwerkevents.

      Almeerse bijeenkomsten bestaan altijd uit twee delen. Ten eerste is er altijd een bijzondere twist - dit keer dus de officiele opening van het pand, andere keren kan dat een workshop, prijsuitreiking of seminar zijn - ten tweede heb je het hardcore netwerken. Beschaafd geroezemoes stijgt daarbij op uit groepjes rond statafels geposteerde dames en heren die visitekaartjes uitwisselen. Wat catering-meisjes doen hun best saucijzenbroodjes en zalmtoastjes te slijten.

      Altijd dezelfde grijs-bruin-zwarte pakken voor de heren, steeds weer die fantasieloze mantelpakjes voor de dames en immer hetzelfde soort ondernemer. Acht van de tien mensen zijn zelfstandigen in de communicatie-branche, coachingshoek of administratie-richting. De rest is de afvaardiging van een groot Almeers bedrijf en heeft zitting in diverse commissies, overleggen en boards.

      Het zijn altijd dezelfde koppen. Sociaal netwerken? Dan kom je Edo tegen. Zakelijk? Dan valt Mona op. Online? Krijg je vast bericht van Hajo.

      Almere is een dorp en de netwerkscene is een incrowd van uber-Almeerders. Want grote bedrijven die zich niet inzetten voor de ontwikkeling van Almere netwerken in andere steden en bedrijven van buiten de stad komen niet naar hier.

      Verrassend zijn de bijeenkomsten misschien niet, maar zo blijft het wel gezellig en vertrouwd. Edo, Hajo, Mona, ik spreek jullie snel. Tot bij de volgende bijeenkomst! (Of vergadering, commissie of board.)

  • Het leukste doolhof van de stad
    1. Zaterdag 14 augustus 2010

      Het is opvallend hoe weinig Almeerders de weg kennen in hun eigen wijk. Misschien kennen we een of twee hoofdwegen van naam, maar hoe de straat twee keer naar links van hier heet... Geen idee. Maar neem het de Almeerder eens kwalijk. Ellenlange straten met identieke huizen meanderen door de woonkernen heen. En de Panfluitstraat, Blokfluitstraat en Dwarsfluitstraat en de Hofmark, Redemark en Sportmark, blijven nu eenmaal 'een soort Marken' en 'een of andere fluit'. Allemaal een pot nat.

      De pittigste kluif van Almere is echter Markerkant. Daar hebben de straten op z'n Amerikaans alleen maar nummers. Sectie 12, rij 5, gebouw 9. Kom niet op het lumineuze idee om er zonder navigatie naar toe te rijden en 'het wel te zien', want je verdwaalt er geheid. Oke, je ziet ook nog eens iets, want je rijdt het ene leuke winkeltje na het andere rij voorbij, maar daar dient zich ook meteen het nadeel aan; al die leuke winkeltjes vind je met geen mogelijkheid meer terug.

      In het Stadshart zijn de straatnamen wel redelijk voor-de-hand-liggend; de Stationsstraat bij het station, het Stadhuisplein bij het stadhuis. Maar toch heeft de gemeente ook hier gezorgd voor extra speurvertier. Zo kun je de bordjes volgen naar Muzinq, een popzaal die al jaren niet meer bestaat, en je kunt de wegwijzers volgen naar Casla of de Muntgarage en er nooit belanden. Almere City Marketing maakte deze week bekend hier iets aan te gaan doen.

      Ik raad ACM aan de overtollige Stadshart-bordjes neer te zetten in Markerkant. Dan sla je twee vliegen in een klap. Je biedt gasten een unieke spoorzoek-belevenis en je houdt het winkelend uren in de stad.

  • Rijke aapjes kijken
    1. Zaterdag 31 juni 2010

      Wat is het toch met Almere Overgooi? De wijk trekt me net zo hard aan als dat het me afstoot. Ik vergaap me graag aan de rijkdom van de villa's, maar vraag me tegelijkertijd af wat al die bewoners hier toch doen. Hebben ze echt honderdenduizenden euro'ss neergeteld om hier te mogen wonen, in deze wijk zonder scholen, bomen, supermarkt, laat staan gezelligheid?

      Waarom wil iemand die een villa kan betalen, in vredesnaam wonen in een woonwijk? En dan nog wel een die zo laag achter de dijk is gebouwd, dat het Gooimeer alleen vanuit de torenkamers is te zien. Vanuit zijn woonkamer kijkt de Overgooier uit op gras. Doodgewoon, ordinair gras. Gras op de dijk. En staart hij niet naar gras, dan is zijn uitzicht de mansion van de buren.

      De villabezitter is hier gaan wonen omdat hij een huis kon laten bouwen naar zijn eigen, unieke, uitgesproken smaak. Maar van binnenuit kijkt hij nu aan tegen de eigen, unieke en vooral uitgesproken smaak van zijn buurman; een felgekleurde kubus. Terwijl de villabezitter zelf toch houdt van aangenaam klassiek.

      Misschien is het wel hierdoor dat er in Overgooi nooit iemand thuis lijkt te zijn. Zelfs op hete dagen zit er geen ziel in de groots aangelegde tuinen en staan de huizen er als musea bij. Alleen wat bouwvakkers met broodtrommels gebruiken de lunch op het hypermoderne terras. Geen hond, geen kat, slechts hermetisch afgesloten ramen en deuren met kale hekken langs de gestyleerde straten.

      Overgooi is veruit de raarste woonkern van Almere, maar toch verveelt het nooit om naar te kijken: aapjes met geld.

  • Provinciaaltje
    1. Zaterdag 17 juli 2010

      Ik was altijd goed in Amsterdam. Mijn middelbare school stond in Zuid, mijn universiteit op de Nieuwmarkt. Ik reed toeristen aan die de verkeerde kant op gesprongen waren na mijn gefietsbel en maakte dat goed met vurige handgebaren. Ik fietste met overvolle boodschappentassen aan mijn stuur van de Dappermarkt terug naar huis en weigerde daarbij, zoals het een goede Amsterdamse betaamt, mijn hand uit te steken of mijn licht te maken. Mijn motto was: auto's hebben altijd de schuld. Ik was heus wel wat gewend.

      Ik was van de week weer eens in Amsterdams en besefte me dat ik Amsterdamse was en niet langer ben. Ik ben de hectiek van onze hoofdstad ontgroeid. Of de straten van Amsterdam zijn gekrompen, het parkeertarief gestegen, de parkeerbeheerders agressiever en de uit het koffiehuis op het parkeerbeheer af komen rennende mensen - ik moest wisselgeld hebben - opgefokter. Na anderhalf uur in Amsterdam was ik de wanhoop nabij. Ik stond twee keer klem achter een taxi die naast een lege parkeerplek stond maar toch weigerde aan de kant te gaan, ik heb bijna drie fietsers geschept - kennen die mensen geen verkeersregels? - ben vier keer verkeerd gereden en zat van frustratie zo'n beetje tegen mijn autodak geplakt toen ik aan van de middag weer in de file terug naar Almere stond. Maar he, he, ik had het gered, ik was de stad uit, ik was weer veilig.

      In de drie jaar dat ik nu in Almere woon ben ik een provinciaaltje geworden. Echt zo een die opziet tegen de grote stad. Ik ben degene geworden die ik vroeger van mijn straat verjoeg. Amsterdam is een prachtige stad, die bruist en die leeft. Maar man wat ben ik blij dat ik er niet meer woon.

  • Het water bij de buren is blauwer
    1. Zaterdag 3 juli 2010

      De afgelopen twee weken hebben ik me geweid aan luieren, lezen en ronddobberen het zwembad van een bungalowpark. "Zalig," zeiden mijn man en ik tegen elkaar en even overwogen we om onze voltallige achtertuin uit te graven en er een zwembad in te plaatsen waar we zo vanuit de woonkamer in konden plonzen.

      Nu ik weer thuis ben lijkt de vakantie geen afscheid van mij te kunnen nemen. Toch maar aan het werk. Maar dan wel vol van heimwee naar het zwembad.

      Terwijl ik verwoed aan het tikken ben, licht chagrijnig omdat ik hier binnen zit weg te kwijnen, belt mijn zus met de vraag of ik meega naar het strand. Er ontstaat een discussie over welk strand we moeten kiezen. Zandvoort, Katwijk, zelfs Blijburg komt voorbij. "Kom anders gewoon hier naar toe," zeg ik in een van mijn schaarse eureka-momenten. Want waar hebben we het eigenlijk over? Ik woon verdorie vijf minuten lopen van het strand in Almere Haven! De volgende dag vleien we neer. Mijn zwager blaast de vleugeltjes van mijn oudste nichtje op, met de kleinste maken we zandtaartjes in de branding."Ik ben zo jaloers op je," vertrouwt zus me toe terwijl ze haar bovenbenen insmeert. "Als ik hier zou wonen, nou dan wist ik het wel. Elke dag met die meiden naar het strand, heerlijk."

      Ben ik niet meer dan een triest figuur dat niet beseft wat ze heeft? Waarom werkt het toch zo dat als je praktisch aan het strand woont, je er nooit komt, waar slaat die continue staat van ontevredenheid toch op en waarom zit ik dit te tikken terwijl ik op dit moment ook rond zou kunnen dobberen in het Gooimeer?

  • Het Vroege Vogelbos
    1. Zaterdag 19 juni 2010

      Ik laat mijn hond uit in het Vroege Vogelbos. Een zalige plek om te wandelen. De begroeiing is er hoog en dicht en als je niet het constante geruis van de A6 zou horen, zou het er perfect zijn.

      Al snel heeft mijn hond een stel vriendjes gevonden, ze trekken een hondenbezitter voort die ik wel vaker tegenkom. "Ik zag verderop een brommer staan," vertelt hij me. "Ik heb de politie gebeld. Er was niets aan de hand hoor, het bleek te gaan om ook een hondenbezitter, maar voor hetzelfde geld was hij het wel."

      Hij. Die man. Ik weet precies wie hij bedoelt. Er gaat een huivering door me heen. Ik had er helemaal niet bij stilgestaan dat in dit bos nog niet zo heel lang geleden een vrouw is aangerand. Nummer zoveel in de rij slachtoffers. Alle vrouwen noemden een brommer in hun verhaal en stuk voor stuk werden ze gemolesteerd op klaarlichte dag. Nu heb ik natuurlijk wel mijn hond bij me, maar die is al net zo'n held als haar baasje. Die geeft een willekeurige engerd nog eerder een lik dan een beet.

      Tien minuten later ontmoet ik baasje twee. Ook zij waarschuwt me nog snel. "Toch maar even over je schouder kijken als je een brommertje hoort."

      Mijn hond banjert intussen rustig verder en we vervolgen onze weg. De begroeiing is hoog en dicht. Veel te hoog en dicht. Het constante geruis van de A6 overstemt het gezoem van de brommers. Ik lijn mijn hond aan en ren haast naar de auto. Vol verdriet kijkt mijn golden retriever me aan. "Eigen schuld. Dan had je maar een pit bull moeten worden," vertel ik haar. Als antwoord krijg ik een dankbare lik.

  • Gevonden voorwerpen
    1. Zaterdag 5 juni 2010

      De afgelopen dagen waren voor mij een intensieve kennismaking met het Almeerse buswezen. Bedankt garage, voor het bestellen van drie verkeerde gaskleppen, ik heb de afgelopen week heel wat nieuwe dingen gezien en geleerd.

      Toch al chagrijnig omdat ik mijn autootje moest missen verbaasde ik me over de aanblik van Almere vanuit de bus. Waar je je in een soort park waant op de autowegen - bomenlaantje hier, grasbermpje daar, een kunstwerkje zo nu en dan - kijk je vanuit de bus uit op leegstaande panden, graffiti en afbladderende verf op slecht onderhouden huizen. Niet echt de charmantste kant van de stad.

      Maar goed, de bus is wel effectief, dus volgde ik nauwgezet de stappen op mijn routeplanner. Bij de Passage overstapte ik over op lijn vier. Alles leek goed te gaan, totdat ik besefte dat mijn laptop nog steeds onderweg was naar de Stripheldenbuurt. Paniek. Ik klampte me vast aan de chauffeur. De afstand tussen mij en mijn laptop groeide met de minuut.

      De afdeling Gevonden Voorwerpen (bereikt met de bus, ja) bleek te bestaan uit een grote pijl 'gevonden voorwerpen' boven een nog grotere leegte. Inwendig vloekte ik. Wat had ik anders kunnen verwachten van de lui op de achterste bank van de bus? Natuurlijk had iemand mijn computer meegenomen.

      "We hebben nog een kantoor, in Haven," vertelde planner Don. Zinloos wist ik. Die laptop was al lang weg. Don belde. Don lachte. Don hing op. "Rustig maar, iemand heeft hem gevonden en naar de chauffeur gebracht."

      Zo mooi kan de lelijke kant van Almere dus zijn. Ik zal nooit, nooit, nooit meer klagen. Redder van mijn laptop: bedankt!

  • Recept voor een simpel leven
    1. Zaterdag 22 mei 2010

      Men neme een waardeoordeel, bijvoorbeeld het woord 'mooi'. Voor dit woord - 'mooi' - verzin je een definitie; dat is eigenlijk niet meer dan jouw mening met in dit geval de tekst 'wat is mooi' erboven, maar dat geheel terzijde.

      Tip: neem een aantal punten in je definitie op waarmee je makkelijk kunt bepalen hoe hoog, of laag, iets op de mooi-schaal scoort. Bijvoorbeeld: hoe meer heggen hoe mooier, of hoe meer bos hoe mooier.

      Het basiswerk is gedaan, je kunt met je definitie aan de slag. Toets wat je maar wilt aan de door jouzelf verzonnen norm en maak dit met veel bombarie wereldkundig. Vertel er vooral bij dat de uitkomst van jouw onderzoek niet jouw mening is, maar een feit, je hebt immers een definitie in je hand. Vermeld ook dat je een kenner bent, want hoe had je anders die definitie kunnen bedenken?

      Het is alleen nog maar een kwestie van wachten tot de kranten jouw feiten als waarheid aannemen en koppen met 'Flevoland de lelijkste provincie van Nederland'. Nu gelooft heel Nederland je, want het staat inmiddels in de krant en als het in de krant staat is het waar. Zo simpel kan het zijn.

      We nemen de proef op de som. Wat is mooi? Mooi is 1) een eenvoudig, uitgestrekt landschap dat 2) windmolens bevat en 3) veel niets en 4) waar je kilometers langs het water kunt rijden. Ik heb het net bedacht, dus ik ben een kenner. Dit brengt ons bij de conclusie: Flevoland is de mooiste provincie van Nederland. En kijk, het staat bij deze nog in de krant ook. En iedereen weet dat wat er in de krant staat waar moet zijn.

  • Ik had hem nog wel even willen knuffelen
    1. Zaterdag 8 mei 2010

      Vanmorgen vloog er een boom voorbij. In eerste instantie dacht ik nog dat zijn bladeren gewoon bewogen door de wind, maar nee, hij was echt los van de grond. Hij zweefde over het parkeerplaatsje waar een bord met de tekst 'niet parkeren ivm snoeiwerkzaamheden' voor stond.

      Een ijzeren grijper van een grote, gele, gemene machine had de stam van mijn boom - ja, ogenblikkelijk voelde de boom niet meer aan als een boom, maar als mijn boom - in zijn klauwen genomen en legde hem op een berg reeds rigoureus gesnoeide, dan wel gekapte, bomen.

      Ach, stelde ik mezelf gerust, die boom gaat gezellig naar de bomenbank om vervolgens terug geplant te worden in een woonwijk vol jonge gezinnen waar hij het enorm naar zijn zin gaat hebben. De vraag hoe ze een boom zonder kluit wilden terug planten, verdrong ik voor het gemak maar even.

      Verdringingsmechanisme of niet, het zat me toch niet lekker dat ik geen afscheid had genomen van mijn boom. Ik wist van de naderende kap, waarom had ik niets gedaan? Gelukkig krijg ik de kans dit goed te maken bij de bomen uit mijn straat, die staan namelijk ook op de executielijst. Er is zelfs al een meneer langs geweest die witte stippen op hun basten heeft gespoten.

      Dag lieve boom voor mijn raam. Ik heb genoten van je knoppen en van de vogeltjes die je bewoonden. Zodra ik de laatste zin van deze column heb geschreven kom ik naar je toe hoor en dan knuffelen we nog wat. En ik kom je opzoeken in de bomenbank, dat is beloofd. Dit is geen vaarwel, dit is een tot ziens.

  • Brass
    1. Zaterdag 24 april 2010

      Palingsound uit Den Bosch is als een carnavalskraker uit Amsterdam: ondenkbaar. Iedere stad zijn eigen geluid. Neem alleen al Amsterdam met haar smartlappen uit de Jordaan en haar Prinsengrachtconcert. Of Den Haag... mooie stad achter de duinuh. Het knetterende oe-hoe-hoe-oerend hard uit de Achterhoek tegenover het ijle Hilversum drie bestond nog niet.

      En Almere? Volgens mijn bescheiden mening heeft ook het jonge Almere een muzikale ziel. Nee, ik heb het niet over ons volkslied Stad van de vrijheid. Ten eerste heeft de doorsnee Almeerder dit chanson nog nooit gehoord en ten tweede heeft dit lied een heel andere lading nu de PVV hier zoveel aanhang heeft. Ik heb het ook niet over Ali B of jazz. Almeers weliswaar, maar toch minder prominent dan onze zielmuziek: brass.

      Je kunt geen festival bezoeken, geen koopzondag aandoen of er knalt wel een brassband voorbij. Vol vuur en zo hard dat ze zelfs slechthorenden die hun gehoorapparaatjes thuis vergeten zijn, opkijken. Het fluitje voorop met in de achtervolging de grote trom.

      Zelfs in het wild bij mij in de woonwijk trekken vrolijk springende jongens met grote trommels voorbij. Ik en mijn buren stromen onze huizen uit en dansen op straat. We gaan pas weer naar binnen als de mannen voorbij zijn, in het comfortabele besef dat we ze binnenkort bij een of andere onthulling, open dag of kermis geheid weer tegenkomen.

      Brass is in Almere ongekend populair. In de Kunstlinie hebben ze kinderdjembé, de jongeren slaan in Trapnatov hun handen bont en blauw, volwassenen wijken uit naar buurthuizen en ook gehandicapten hebben de strak gespannen koeienhuid al jaren geleden ontdekt.

      Almere slaat de trom. Hard, opzwepend, enthousiast en jong. Waar blijf je dan met je palingsound en 'ik zeg oe-hoe, oe-hoe-hoe-hoe'?

  • Hoezo te oud?
    1. Zaterdag 10 april 2010

      Zonder meteen in Heleen van Royen-achtige termen te vervallen: soms moet je iets stouts doen. Zoals je op je dertigste enthousiast opgeven voor een vleeskeuring. Het is het innerlijk dat telt? Ben je mal, dat is zo blasé.

      Een paar maanden geleden las ik in het uit-gedeelte van deze krant een oproepje van modeontwerpster Elaine Campbell die nog modellen zocht voor haar show. Meisjes met maatje vier- en zesendertig hadden zich reeds in grote getale aangemeld en nu was ze op zoek naar maatjes groter. Uiteraard had ik voorzien dat er voornamelijk achttien-minners zouden reageren, maar hé, ze wilden toch een maatje meer? Waarom dan niet in leeftijd.

      In de Waterfront Foyer wemelde het op de auditiedag van de zestienjarige maatjes vier- en zesendertig en hun moeders. Sommigen keken mij aan met een blik van 'waar heb jij je dochter gelaten?'. Maar goed, jong van geest als ik ben deed ik mijn loopje, liet ik me keuren - ik hoefde niets te zeggen behalve mijn schoenmaat - en een dag later kreeg ik een mail. Ik was door: Almere's Next Oldmodel!

      De trainingen begonnen. Alle Almeerse schonen en ik moesten leren lopen. Hossend en klossend ging de één, in tijgersluip de ander. Lopen, gewoon doodnormaal lopen, bleek zo simpel nog niet te zijn. Maar mijn aller grootste struikelblok: het niet-lachen. Met attitude moet ik die catwalk over. Ai, lastiger dan knellende pumps.

      Nog precies één week en dan is het zo ver. Al oefenend loop ik tegenwoordig door de stad. Nee, ik ben niet chagrijnig, ik oefen voor mijn podiumdebuut in de Kunstlinie. Nu maar hopen dat er mensen komen kijken naar al dat moois. En dan bedoel ik de kleding. En natuurlijk die ene oma.

  • Gewoon maar mensen
    1. Zaterdag 27 maart 2010

      Het is de week van de psychiatrie. Tot voor kort een ver van mijn bedshow, maar sinds ik één uur per week lesgeef in het dagactiviteitencentrum voor mensen met psychiatrische problemen Jan Steen, is deze wereld opeens dichtbij gekomen. En niet alleen voor mij. Ik geef in het atelier namelijk schrijfles aan dertig leerlingen van De Meergronden die hier zijn ter voorbereiding van hun zorg- en welzijnstages.

      Laat ik eerlijk zijn: ik zag als een berg tegen die eerste les op. Wat moest ik verwachten van 'mensen met psychiatrische problemen'? En niet minder eng, pubers!

      Weggedoken in hun jassen kwamen ze de eerste keer binnen, de pubers dan. De psychiatrische cliënten waren er al en die, tja, waren toch wel heel anders dan ikzelf.

      Maar goed, in het kader van de week van de psychiatrie besloot een van de vaste gasten van Jan Steen deze woensdag openheid van zaken te geven. Hij legde aan de klas uit wat er in zijn hoofd omging toen hij zelf een jongen was van vijftien was. Hij vertelde dat hij bang was voor andere kinderen en dat hij alles deed om aardig gevonden te worden.

      Er werden wenkbrauwen opgetrokken, ogen werden weggedraaid, er werd zacht gegiecheld en naar de grond gestaard. Maar uiteindelijk werd de klas stil. Stil van dit moedige verhaal en stil door de herkenbaarheid ervan. Iedereen is wel eens onzeker, iedereen is wel eens bang geweest voor andermans spot. En opeens werd het begrijpelijk dat de scheidslijn tussen normale onzekerheid en extreem gedrag zo dik niet is.

      De leerlingen hebben veel geleerd. Maar ik ook. Namelijk dat zowel de psychiatrische cliënten als pubers gewoon maar mensen zijn.

  • De stem van Almere
    1. Zaterdag 13 maart 2010

      Ik zet de televisie en radio uit en gooi de kranten weg. Ik heb schoon genoeg van al dat gedoe over die zogenaamde onvrede in Almere. Nou ja, zogenaamd? 20% Van de Almeerse stemmen ging naar de PVV dus ja, er is onvrede. Maar nee, ik hoef er niet nóg meer over te horen.

      Al die snapshots van de warmte-kracht centrale, al die beelden van uitgestorven kavels en al die foto's van deprimerende straten waar tien bewoners een te koop-bord in hun voortuintje hebben neergezet. Dat zijn toch geen beelden waar een journalist gewoon maar tegenaan loopt? Daar is hij of zij toch bewust naar op zoek gegaan? Ik weet het wel, slecht nieuws scoort beter dan goed nieuws, maar een beetje flauw is het natuurlijk wel.

      Ik kruip achter mijn laptop waar ik niet meer afhankelijk ben van de massamedia, maar waar ik me kan terugtrekken in de social media die wordt gemaakt door de mens en niet door de journalist. Op een discussie op LinkedIn over het imago van Almere stromen de reacties binnen. Reacties van mensen die het fijn hebben hier. Die moeiteloos de highlights kunnen opnoemen van hun stad. En niet in blinde aanbidding hoor, want zij zeggen er ook bij dat Almere een jonge stad is die nog veel te leren heeft, maar al met al hebben ze het hier naar hun zin. Volgens mij valt het wel mee met de onvrede van 'De Almeerder'. Het is maar net hoe je het nieuws verpakt. Gelukkig krijg ik net een nieuwe Tweet binnen: '80% van de Almeerders heeft niet op de PVV gestemd'.

  • IJdele hoop
    1. Zaterdag 27 februari 2010

      In iets dat voelt als een oud en grijs verleden heb ik communicatiewetenschap gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Een van de theorieën die we daar behandelden ging erover dat mensen graag horen bij de winnende partij. Dat de PVV er volgende week in de Almeerse gemeenteraadsverkiezing met de zege vandoor gaat wordt me door de landelijke media zo'n beetje door de strot geduwd. Elk actualiteitenprogramma en elke krant heeft ruim aandacht voor Almere en overal komt de PVV aan het woord. Als wild wapperende, maar lamme vogeltjes zitten de andere gasten aan tafel. Het kan toch niet, wat de PVV zegt. Er klopt niets van. Iedereen is hevig beledigd.

      De partij is op z'n zachtst gezegd natuurlijk ook typisch. En ook ik ben ervan overtuigd dat hun redenering niet klopt. Maar dat maakt helemaal niet uit. De argumentatie is een ondergeschoven kindje, want door zo spastisch te reageren, door al die media-aandacht - ja, ik ben met mijn column ook maar een schaap dat met de meute meeloopt - wordt de PVV precies in de kaart gespeeld. Hoe meer aandacht de PVV krijgt, hoe meer de partij als winnaar uit de bus komt. De verkiezingsuitslag wordt een self-fulfilling prophecy, een zichzelf bevestigende voorspelling. Wat de standpunten precies zijn van alle Almeerse partijen kan ik niet zo een, twee, drie oplepelen, maar dat de PVV gaat winnen, daar kan geen hond dezer dagen meer omheen.

      Ik hoop een ding: dat de theorieën die ik acht jaar heb geleerd, inmiddels al lang zijn achterhaald. Maar een klein stemmetje in me, vertelt me dat dat ijdele hoop is.

  • Leve de romantiek
    1. Zaterdag 13 februari 2010

      Lieve onromantische mannen van Almere, deze column is speciaal voor jullie. Mijn oproep is duidelijk en krachtig: morgen is het Valentijnsdag, vergeet het niet! De kans dat je je voor de komende feestdag hebt weten te verstoppen is natuurlijk minimaal, maar toch. Het is écht belangrijk! Ze zal hevig beteuterd zijn als jij niets voor haar hebt gekocht.

      En de reden daarvoor is simpel. Al twee weken lang wordt ze gepamperd en gemasseerd door de Almeerse middenstand en ze is nu inmiddels zo week dat jouw opmerking - ‘ach Valentijnsdag, dat is alleen maar commercieel gedoe’ - werkt als een rode lap voor een stier.

      Al twee weken lang vliegen de hartballonnen haar in het Stadshart om de oren, waait de vioolmuziek haar om het hoofd en kan ze niet om de liefdes-fotoshoots heen. Ze ziet bovendien dat al die aardige ondernemers er alles aan doen om het jou makkelijk te maken. Dat die zelfs een speciale shoproute hebben uitgestippeld die je alleen maar hoeft te volgen om met het perfecte cadeau thuis te komen. Uiteraard uit de goedheid van hun hart.

      Elke keer dat ze een met hartjes bezaaide reclamefolder openslaat, of de krant vol aankondigingen van Valentijnsdiners leest, wordt haar verwachting wat hooggespannener. Het spijt me dus, je kunt er niet om heen. Hoe graag je ook wilt kijken naar het NK handboogschieten of met je vrienden wilt gaan stappen , doe het niet. Morgen gaat Almere romantisch uit eten en verliefd kijken. En masse. Leve de romantiek.

  • Saaiheidoffensief
    1. Zaterdag 30 januari 2010

      “Almere? Oh, daar zou ik nog niet dood gevonden willen worden.” Deze zin mag je gewoon tegen een willekeurige Almeerder zeggen, hoor, want, ‘het is toch zo?’ Nee, degene die je voor je hebt is nog nooit in Almere geweest, maar daar heeft hij of zij ook helemaal geen behoefte aan.

      ‘Ik woon hier nu dertien jaar, maar ik kom oorspronkelijk uit Amsterdam,’ verdedigt de Almeerder zijn trots, want nee, hij is hier niet geboren. In wezen komt hij uit een stad met allure.

      Niemand kan het ontkennen. Almere heeft een identiteitscrisis, een imagoprobleem. En daar moet aan gewerkt worden. Dus ontkennen we stellig tegen iedereen die het maar wil horen dat het hier saai is. En dat bewijzen we door truien voor bomen te breien, want ‘het kan in Almere’. We zetten grootschalige imagocampagnes op en halen het ene na het andere evenement naar de stad. Of we spugen gewoon een lijsttrekker in zijn gezicht. Alles om maar te laten zien dat het hier niet saai is.

      Vooral die laatste ‘campagne’ bleek effectief. Het spuugfilmpje dat uiteindelijk op Geen Stijl werd geplaatst, kon zich verheugen op zo’n 1350 reacties, terwijl vrijwel niemand heeft het breipatroon van de boomtrui opgezocht. Almere staat weer eens op de kaart. Misschien niet precies hoe we het willen, maar het is hier in ieder geval niet saai. Dat kan ik dan weer mooi verkondigen als ik op een verjaardag of vakantie weer eens sta te blozen, omdat iemand me vraagt waar ik precies vandaan kom.

  • Bevroren kliko’s en onhandige boeven
    1. Zaterdag 16 januari 2009

      Sneeuw in de winter. Wie had dat ooit kunnen bedenken? Neerlands strooizout-inkoper in ieder geval niet. En nee hoor gemeente, wij hebben er alle begrip voor dat de komende tijd alleen de dreven en hoofdwegen sneeuwvrij worden gemaakt. Sluit mooi aan bij jullie streven om ons burgers in een betere conditie te brengen: die glijpartij naar huis is héél goed voor mijn hart.

      Sneeuw in de winter. Nee, daar hadden we niet op gerekend. Zeker de heren niet die dachten een succesvolle kraak te kunnen zetten in de Albert Heijn in Tussen de Vaarten. Toen de politie hun in de boeien sloeg en uitlegde wat voor vernuftig staaltje onderzoekstechniek ze er tegenaan hadden gegooid, moet hun gesprek ongeveer zo hebben geklonken: “Tjonge, dat meen je niet. Laat je een spoor achter in de sneeuw als je daar door heen loopt?” “Blijkbaar. Goh, daar staat een normale boef toch niet bij stil?”

      Het klopt. We zijn niet gewend aan sneeuw in de winter. We zitten met z’n allen met ons handen in ons haar, want de deksel van de kliko is dichtgevroren. En het gft-gedeelte is nu één grote ijsbal geworden die zich aan het hardplastic van de bak heeft gehecht en waar je dus letterlijk maar geen afscheid van kan nemen.

      Maar stiekem, heel stiekem, hoop ik dat het nog even blijft sneeuwen. Mijn man, die in de bouw werkt, zit nu thuis bij mij op de bank. Gezellig. Maar ook handig. Hij heeft alle tijd om de kliko voor me open te timmeren.

  • Proost
    1. Zaterdag 2 januari 2009

      Nog helemaal in de flow van alle lijstjes met de beste / slechtste / leukste zaken van de laatste tien jaar (The Ketchup Song is het best verkochte singeltje van het decennium!) besef ik dat er in de jaren nul Belangrijke dingen in Almere gebeurd zijn. Grootste dingen.

      Aan het begin van dit decennium betaalden we nog gewoon met de gulden, was Jorritsma nog minister, Almere Poort niet gebouwd en had nog niemand gehoord van de Tante Pollewopstraat (laat staan dat iemand had kunnen bevroeden dat deze straatnaam überhaupt bedacht zou worden).

      Vervolgens kwam Sinterklaas hier aan (de échte). Werd Almere verkozen tot beste gemeente om in te wonen (2002) en tot lelijkste stad van het land (2009). Ali B (Almeerder aller Almeerders) brak door met Ik ben je zat en 50.000 extra mensen (waaronder ik) durfden het toch aan om hier te komen wonen. Het Stadshart groeide uit van een onbeduidend groepje winkels naar City Mall 036, er werd een futuristisch logo ontworpen dat bijna niemand snapt (nee, nog steeds niet), de A6 werd verbreed, de bouw van het kasteel ging van start, talloze plannen werden bedacht over wat we hier vervolgens mee aanmoesten en al die plannen werden niet uitgevoerd. Er werd besloten om de Libelle Zomerweek hier te houden. En Defqon. Grootse dingen. Belangrijke dingen.

      Eén decennium hadden we nodig om van opgeblazen dorp naar de zevende stad van Nederland te groeien, naar een stad waar iedere Nederlander een mening over heeft. Naar een stad met een enorme potentie voor de jaren ’10.

      Gelukkig Nieuwdecennium allemaal, zou ik willen zeggen. Proost!

  • Winterfobie
    1. Zaterdag 19 december 2009

      Ik geef het maar meteen ruimhartig toe: ik ben geen held. Ik ben bang voor vuurwerk, om uit te glijden in de sneeuw en dat mijn auto door de kou niet wil starten. Maar mijn grootste winterfobie is toch wel natuurijs. Ik heb te veel enge films gezien over wakken en diepgevroren lijken.

      Gelukkig worden overal in Nederland deze week grasveldjes onder water gezet, zodat ik en alle andere watjes toch op natuurijs kunnen schaatsen. Ik kan haast niet wachten en besluit alvast een kijkje te nemen bij het veldje achter het zwembad in Muziekwijk, dat ’s winters verandert in ijsbaan de Pinguïn.

      Een stalen, ijskoud hek verspert me de weg. Waar ooit het veldje lag, ligt nu een soort van besneeuwd duinlandschap. Het clubhuisje van de schaatsvereniging heeft de zilvergrijze rolgordijnen laten zakken.

      Wat is dit? Vriest het eindelijk een keer, is de ijsbaan weg. Ja, natuurlijk hebben we het Schippersplein. Maar dat is zo anders. Dat is zo, zo klein.

      In het zwembad ga ik vragen wat er met mijn veldje is gebeurd. 'Ze gaan hier hockeyvelden aanleggen,' vertelt een mevrouw me. 'Pas in 2010 hoor, maar ze hebben het zand alvast gestort.' Twee passen naast haar duikt een meisje in bikini het water in. Een klodder sneeuw glijdt van mijn laarzen af.

      En dan zie ik de zwembadkantine die verdacht veel lijkt op een bruin café. Ik zwicht. Ik zet mijn muts af en bestel een warme chocomel. Op blote voeten rennen wat kinderen achter het raam voorbij. Ik zit hier goed. Laat maar komen, die winter.